Vader dient een klacht in tegen de tijdelijke gezinsvoogd over de wijze waarop de ondertoezichtstelling is uitgevoerd ten tijde van de vakantie van de verantwoordelijke gezinsvoogd

Zaaknummer: 16.058Ta
Datum beslissing: 10 november 2016
Oordeel: klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klacht

Klager verwijt beklaagde dat hij een beschikking van de rechtbank niet gerespecteerd heeft. Voorts heeft beklaagde de politie foutief ingelicht en de politie aangespoord de beschikking te negeren. Daarnaast heeft beklaagde de kinderen verteld dat klager geen eten in huis heeft gehad. Het contactverbod van klager met de kinderen is onrechtmatig. Beklaagde heeft ten onrechte verklaard dat klager heeft verteld dat hij vaders begrijpt die hun kinderen iets aandoen. Tot slot heeft beklaagde de kinderen van klager onrechtmatig aan het ouderlijk gezag onttrokken.

Beslissing

Het CvT verklaart de klacht in al zijn onderdelen ongegrond. Met uitzondering van onderdeel II lenen alle onderdelen zich voor gezamenlijke behandeling. De klacht richt zich niet op het afgeven van de schriftelijke aanwijzing, klager bestrijdt wel het handelen van beklaagde ten aanzien van de onderbouwing. Het CvT is het met de klager eens dat de door beklaagde verstrekte schriftelijke aanwijzing de beschikking van de rechter heeft doorkruist. Beklaagde heeft echter naar het oordeel van het CvT gemotiveerd toegelicht dat een opeenstapeling van gebeurtenissen heeft geleid tot een ingrijpende wijziging van de situatie van de kinderen en klager die het afgeven van deze aanwijzing rechtvaardigen. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling ter zitting heeft het CvT niet kunnen vaststellen dat beklaagde de kinderen foutief zou hebben geïnformeerd. Tot slot wordt ook onderdeel II van de klacht ongegrond verklaard. Het CvT acht het begrijpelijk dat beklaagde heeft willen voorkomen dat klager de omgangsregeling door tussenkomst van de politie zou afdwingen waardoor de veiligheid van de kinderen niet meer gegarandeerd kon worden. De kinderen zouden in dat geval namelijk in een ongewenste situatie terecht kunnen komen. Beklaagde is met dit handelen niet buiten de grenzen van zijn beroepsuitoefening getreden.