Vader in beroep tegen beslissing van het College van Toezicht omdat de gezinsmanager het College van Toezicht zou hebben misleid. Het College van Beroep verklaart het beroep van de vader ongegrond.

Zaaknummer: 18.005B (17.097T & 17.152T)
Datum beslissing: 7 september 2018
Oordeel: beroep ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Betreft een vader die bij het College van Toezicht een klacht heeft ingediend over een gezinsmanager die bij het gezin van de vader betrokken is geweest, aanvankelijk in het vrijwillige kader en na het uitspreken van de ondertoezichtstelling in het gedwongen kader. In beroep staat de vraag centraal wat de gezinsmanager tijdens een zitting bij de rechtbank al dan niet heeft verklaard over het coachen van de moeder en stimuleren van de kinderen met betrekking tot het contact met de vader en of zij daarmee het College van Toezicht heeft misleid.

Het College van Beroep volgt de vader niet in zijn stelling dat de gezinsmanager de rechtbank heeft misleid. De gezinsmanager heeft bij de rechtbank aangegeven dat de (eerste)skypecontacten moeizaam verliepen. Desondanks heeft zij getracht de moeder én de kinderen alsnog te stimuleren en is met alternatieven gekomen toen bleek dat de kinderen de skypecontacten niet wilden. Er is geen sprake van misleiding van het College van Toezicht noch van de rechtbank. Wel meent het College van Beroep dat het wellicht beter was geweest om bedenkingen, als die er zijn, zo goed mogelijk naar voren te brengen. Dat de gezinsmanager dit bij de rechtbank wellicht niet voldoende heeft gedaan maakt niet dat haar een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, bij een tuchtrechtelijke toetsing gaat het er immers niet om of het handelen beter had gekund.

Tijdens de mondelinge behandeling van het beroep heeft de vader kenbaar gemaakt zijn beroep mogelijk niet juist te hebben geformuleerd. In algemene zin ziet zijn klacht/beroep erop dat de gezinsmanager niet volgens artikel 3.3 van de Jeugdwet heeft gehandeld. Het College van Beroep kan zich niet uitlaten over dit geherformuleerde beroep. De vader heeft er niet voor gekozen om zich tijdens het indienen van het klaagschrift/beroepschrift te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. In een dergelijke geval komt het voor risico en rekening van de indiener van het beroep indien het beroep niet compleet of niet zorgvuldig genoeg is geformuleerd. De wederpartij moet in staat zijn zich deugdelijk te verweren en daarom is het niet mogelijk om met nieuwe/geherformuleerde klachten c.q. grieven te komen tijdens de mondelinge behandeling van het beroep.