Vader klaagt over de gezinsvoogd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing

Zaaknummer: 15.080T
Datum beslissing: 21 november 2016
Oordeel: niet-ontvankelijk, ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

De kinderen van klager en zijn vrouw zijn op 26 juni 2012 onder toezicht gesteld, waarna zij sinds mei 2013 uit huis geplaatst zijn. Klager en zijn vrouw hebben verdriet van de uithuisplaatsing van de kinderen. Ook is door de rechtbank op 10 juni 2015 het gezag van de ouders beëindigd. Deze beschikking is door het hof op 10 mei 2016 bekrachtigd. Voor klager en zijn vrouw is het onbegrijpelijk dat zij geen gezag meer hebben over de kinderen. Klager verwijt beklaagde dat door het handelen van beklaagde zijn gezin is ontwricht en beschadigd en dient daarom zes klachten in tegen de beklaagde.

Klacht

Klager verwijt beklaagde het volgende: klager begrijpt niet waarom zijn kinderen uit huis zijn geplaatst, beklaagde heeft niet gewerkt aan terugplaatsing van de kinderen, heeft niet in hun belang gehandeld, heeft klager ten onrechte beschuldigd van onjuistheden, is door beklaagde onheus bejegend en klager wenst alle (medische) rapporten en verslaglegging over de kinderen en ouders in te zien. Beklaagde heeft verweer gevoerd tegen de klachten.

Beslissing

Het CvT oordeelt dat klager ten aanzien van zijn eerste klacht niet ontvankelijk is, nu beklaagde niet betrokken is geweest bij de uithuisplaatsing van de kinderen. Het is niet gebruikelijk dat tijdens een perspectiefonderzoek kinderen thuis geplaatst worden. Naar aanleiding van dit onderzoek is vervolgens door Samen Veilig besloten dat het perspectief van de kinderen gelegen is in het pleeggezin. Beklaagde heeft meerdere malen met klager en zijn vrouw (zorgvuldig) gesproken over het perspectief van de kinderen en gebruik gemaakt van een beëdigde tolk. Klager heeft deze gang van zaken niet weersproken. Nu de verklaringen van klager en beklaagde over de gezondheid van de kinderen elkaar tegen spreken, kan niet worden vastgesteld welke feiten ten grondslag liggen aan het al dan niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van beklaagde. Beklaagde heeft in haar afwegingen het belang van de kinderen voorop gesteld. Klaarblijkelijk heeft klager moeite met het feit dat beklaagde beslissingen neemt over de kinderen, het CvT kan echter uit de stukken en de mondelinge behandeling ter zitting niet afleiden dat beklaagde klager van onjuistheden heeft beschuldigd, hem onheus heeft bejegend of hem heeft tegengewerkt. De klacht over de dossierinzage is ongegrond omdat de klager het klachtenonderdeel niet met feiten heeft onderbouwd. Beklaagde heeft zich op het standpunt gesteld dat klager alle stukken en rapportages van Samen Veilig heeft. Als klager een dossier wenst in te zien, kan hij een schriftelijk verzoek indienen.