Vader klaagt over het handelen van een uitvoerend hulpverlener

Zaaknummer: 14.002Ta
Datum beslissing: 18 januari 2016
Oordeel: deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Vader klaagt over het handelen van een uitvoerend hulpverlener. Een deel van de klachten hebben betrekking op de periode voor de registratiedatum van beklaagde; klager is niet-ontvankelijk in zijn klacht. De overige klachten zijn ongegrond. Beklaagde heeft in de ogen van het College gehandeld zoals verwacht mag worden van een jeugd professional.

Vader klaagt over een schending van zijn privacy. Het College oordeelt dat op grond van het hulpverleningscontract en het bijbehorende privacyreglement de uitvoerend hulpverlener bevoegd was om verklaringen over vader af te geven aan de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdzorginstelling. Verder zijn de vermeende onjuistheden in het rapport voor de Raad naar het oordeel van het College conclusies die de uitvoerend hulpverlener op grond van de gebeurtenissen in redelijkheid kon trekken, en daarom niet onjuist. Ook kan niet worden gesteld dat de uitvoerend hulpverlener partijdig is. Klager heeft zelf aangegeven dat hij de uitvoerend hulpverleenster niet vertrouwde, en de hulpverlening heeft zich vervolgens met name – maar niet exclusief – toegespitst op de moeder. Het College stelt vast dat klager op verschillende momenten is gewezen op de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de gecertificeerde instelling.