Vader klaagt over niet tijdig en onzorgvuldig informeren door gezinsvoogd

Zaaknummer: 16.024Ta
Datum beslissing: 26 augustus 2016
Oordeel: deels ongegrond, deels gegrond
Maatregel: berisping

Download de volledige beslissing in pdf

Klager is ouder met gezag van een dochter, J. Dochter J verblijft 40% van de tijd bij klager. Klager is pas achteraf op de hoogte van de gesprekken die beklaagde met J., de moeder van J. en met derden voerde. Ook heeft beklaagde klager niet tijdig geïnformeerd over de aard van deze gesprekken. Het werd klager pas later duidelijk dat beklaagde signalen beoogde te toetsen die mogelijk zouden kunnen wijzen op seksueel misbruik van J. Beklaagde is volgens klager niet bevoegd om gesprekken gericht op het toetsen van dergelijke signalen te voeren en bovendien heeft zij deze gesprekken niet op de voorgeschreven wijze met J. gevoerd. Klager vindt dat beklaagde door dit handelen J. beschadigd heeft.

De gezinsvoogd voert gemotiveerd verweer. Zij heeft tijdens een bezoek aan klager met klager de uitlatingen van J. besproken over mogelijk grensoverschrijdend seksueel gedrag van klager jegens J. Klager heeft hierop ongepast gereageerd. Beklaagde heeft dit intern besproken. Bij een huisbezoek aan de moeder van J. doet J. opnieuw uitlatingen over klager die mogelijk seksueel misbruik doen vermoeden. Opnieuw voert beklaagde hierover intern overleg, uiteindelijk trekt zij zich terug als gezinsvoogd van J. Beklaagde is van mening dat zij de juiste procedures heeft gevolgd door ook andere deskundigen te raadplegen. Beklaagde heeft J. blijvend centraal gesteld.

Het College stelt vast dat beklaagde klager onvoldoende en niet tijdig op de hoogte heeft gebracht van de inhoud van de gesprekken die zij met J. voerde. Voorts overweegt het College dat beklaagde onvoldoende heft vastgelegd vanuit welke doelen zij heeft gewerkt bij het voeren van de genoemde gesprekken. Ook heeft beklaagde geen risicotaxatie opgesteld. De gezinsvoogd heeft aldus niet gehandeld in overeenstemming met artikel F en G van de Beroepscode voor Jeugdzorgwerker. Bovendien is beklaagde niet toegekomen aan de vraag of zij zich aan de norm verwoord in art. K diende te onderwerpen. De klachtonderdelen zijn derhalve gegrond. Het College is verder van oordeel dat J. door het handelen van beklaagde niet is beschadigd en derhalve is dit klachtonderdeel ongegrond. Het College overweegt dat onvoldoende blijkt dat beklaagde heeft gereflecteerd op de normen verwoord in de artikelen F, G en K van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker, en dat zij derhalve verwijtbaar is tekortgeschoten als professional jegens klager.

Het College legt aan beklaagde een berisping op.