Vader klaagt over de wijze waarop de gezinsvoogd de ondertoezichtstelling heeft uitgevoerd

Zaaknummer: 16.026T
Datum beslissing: 7 november 2016
Oordeel: 8 klachtonderdelen gegrond, 2 klachtonderdelen ongegrond en 1 klachtonderdeel deels (on)gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klacht

Klager verwijt beklaagde dat zij zonder hoor en wederhoor de valse beschuldiging van moeder in de stukken heeft opgenomen. Beklaagde heeft daarnaast de zoon blootgesteld aan spanningen door hem bij een gesprek met klager, moeder en beklaagde aanwezig te laten zijn. Beklaagde heeft geprobeerd bestaande zorgen te verdoezelen. Beklaagde heeft zorgsignalen niet aan de orde gesteld in haar rapportages. Klager heeft geen inbreng gehad bij de totstandkoming bij het Plan van Aanpak, dat  van lage kwaliteit is. Beklaagde heeft geweigerd een onjuist advies over de peuterspeelzaal de rectificeren. Beklaagde heeft zich partijdig en niet onafhankelijk opgesteld. Beklaagde is twee concrete afspraken uit het bemiddelingsgesprek niet nagekomen. Klager is het niet eens met de aangebrachte wijziging in de rapportage (m.b.t. het vermeend huiselijk geweld). Beklaagde heeft tot slot niet professioneel gehandeld door na de uitspraak van de Klachtencommissie, waarin de klachten van klager voor het merendeel gegrond zijn verklaard, geen excuses aan te bieden.

Beslissing

Het CvT heeft acht klachtonderdelen gegrond verklaard, twee klachtonderdelen ongegrond en één klachtonderdeel deels (on)gegrond.

Beklaagde heeft niet zorgvuldig gehandeld door de door klager overgelegde sepotbrief niet in het plan van aanpak op te nemen. Door de door moeder aangedragen klacht over huiselijk geweld ongewijzigd vermeld te laten, heeft beklaagde de schijn van partijdigheid gewekt. Het College wijst beklaagde op haar eigen verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een kwalitatief Plan van Aanpak. Nu het advies over de peuterspeelzaal gebaseerd was op onjuiste informatie had het op de weg van beklaagde gelegen om na het bekend worden schriftelijk met klager te communiceren over deze omissie. Beklaagde had in het belang van de zoon de beslissing moeten nemen om de zoon niet bij het gesprek aanwezig te laten zijn. Zij kan haar verantwoordelijkheid in deze niet afschuiven op klager en moeder.

Door contacten met instanties, zo deze hebben plaatsgevonden, niet in het contactjournaal op te nemen is beklaagde in elk geval onvolledig geweest in haar rapportages en daarmee heeft zij verhinderd dat een compleet beeld van de situatie is verkregen. Voorts heeft beklaagde door het niet vermelden van de contacten niet transparant gehandeld. Zij had klager en moeder moeten informeren over deze contacten.

De klachten die klager bij de Klachtencommissie heeft ingediend, hebben betrekking op het individueel handelen van beklaagde. Zeven van de acht klachten van klager zijn door de Klachtencommissie gegrond verklaard en er zijn in de beslissing een aantal aanbevelingen gedaan. Van beklaagde had verwacht mogen worden dat zij zelf deze aanbevelingen zou hebben opgepakt. Het College constateert dat beklaagde veelvuldig verwijst naar de organisatie en weinig tot geen zelfreflectie heeft getoond ten aanzien van haar handelen. Het College verwijt beklaagde onprofessioneel gedrag. Het College betreurt het dat beklaagde geen excuses aan klager heeft aangeboden, ook niet tijdens de mondelinge behandeling bij het College. Deze houding getuigt niet van professionaliteit en bevordert niet het vertrouwen in de jeugdzorg. Het College acht de maatregel van waarschuwing passend en geboden.