Waarschuwing opgelegd door College van Toezicht wordt door het College van Beroep vernietigd

Zaaknummer: 16.004B (15.036T)
Datum beslissing: 25 november 2016
Oordeel: beroep gegrond, vernietiging beslissing CvT
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 15.036T

Een geregistreerd jeugdzorgwerker die werkzaam is als Hoofd gedragswetenschappelijke staf kan worden onderworpen aan het tuchtrecht voor de jeugdzorg indien haar handelen voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele cliënt. De beslissing van het College van Toezicht waarbij een waarschuwing werd opgelegd wordt door het College van Beroep vernietigd.

Volgens klager is de jeugdzorgwerker nalatig, omdat deze laatste op de hoogte was van het forensisch onderzoek van de GGD naar aanleiding van vermeende mishandeling door de moeder van de zoon van klager en dit verslag niet gelijktijdig met het verslag ondertoezichtstelling heeft gestuurd naar de rechtbank. Verder zou beklaagde een onvolledig dossier hebben opgestuurd naar het OM en zou zij klager niet hebben geïnformeerd welke stukken zij daadwerkelijk heeft opgestuurd.

Het College van Toezicht heeft in zijn beslissing van 8 februari 2016 onder nummer 15.036T aan de jeugdzorgwerker, werkzaam als Hoofd gedragswetenschappelijke staf, hierna de jeugdzorgwerker een waarschuwing opgelegd wegens het handelen in strijd met artikel A van de Beroepscode voor de jeugdzorgwerker, hierna de Beroepscode. De jeugdzorgwerker had naar het oordeel van het CvT bij de GGD en het OM het verslag van de forensisch geneeskundige moeten opvragen ten behoeve van de verslaglegging over het verloop van de ondertoezichtstelling van klagers kinderen. Dit verslag was opgemaakt naar aanleiding van een zogenoemd top-teen onderzoek bij klagers zoon in het ziekenhuis in verband met een onderzoek naar mogelijke kindermishandeling. Het CvT overweegt verder dat beklaagde heeft gehandeld in strijd met artikel F van de Beroepscode door klager ten onrechte niet op de hoogte te stellen van de informatie die in het kader van een onderzoek naar vermoedens van kindermishandeling aan de politie en het OM zijn verstuurd en heeft zij het OM onvolledig geïnformeerd.

De jeugdzorgwerker is van deze beslissing tijdig in beroep gekomen. De jeugdzorgwerker voert in beroep aan dat zij heeft gehandeld als Hoofd gedragswetenschappelijke staf en niet als jeugdzorgwerker, zodat zij niet tuchtrechtelijk kan worden getoetst.

Het College van Beroep overweegt dat het handelen van de jeugdzorgwerker als Hoofd gedragswetenschappelijke staf voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele cliënt in de jeugdzorg. De jeugdzorgwerker heeft namelijk via e-mail contact gehad met klager en is om advies gevraagd door de gezinsvoogd over de situatie van klager en zijn gezin.

Het College komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het College van Beroep overweegt dat in het verslag van het verloop van de OTS zeer gedetailleerd stond vermeld wat de gebeurtenissen waren in de periode waarin de vermoedens van kindermishandeling waren gerezen.

Ook de bevindingen van het top-teenonderzoek waren bekend bij alle betrokkenen, ook bij klager. Het College ziet daarom niet in waarom het verslag van de forensisch geneeskundige zo van belang was dat dit per se had moeten worden opgevraagd en meegezonden met het OTS verslag. Voor wat betreft het onvolledig informeren van het OM overweegt het College van Beroep dat voldoende vast is komen te staan dat beklaagde veelvuldig heeft afgestemd met het OM en de politie over de stukken die nodig waren voor het betreffende onderzoek. Ook acht het College het aannemelijk dat klager hiervan op de hoogte is gesteld door beklaagde. Het ontbreken van een productielijst acht het College niet dermate essentieel dat op die grond sprake is van een overtreding van de Beroepscode.

Het College van Beroep vernietigt de beslissing van het College van toezicht en verklaart de klachten alsnog ongegrond en trekt de opgelegde maatregel van waarschuwing in.