De wrakingskamer wijst een verzoek tot wraking van de voorzitter van het College van Toezicht af.

Zaaknummer: 16.075T(W)
Datum beslissing: 18 mei 2017
Oordeel: wrakingsverzoek ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 16.007B

Klager (hierna: verzoeker) heeft tijdens de mondelinge behandeling van zijn klacht op 3 maart 2017 een verzoek gedaan tot wraking van de voorzitter van het College van Toezicht. Verzoeker heeft tijdens de zitting een zevental gronden naar voren gebracht. De wrakingskamer heeft het verzoek tot wraking van de voorzitter als ongegrond afgewezen.

Verzoek

Verzoeker heeft de volgende gronden aangevoerd voor de wraking van de voorzitter. Ten eerste waren de beveiligers niet bereid hun naam bekend te maken aan verzoeker. Ten tweede vanwege de schriftelijke redenen als geuit in zijn e-mails. Ten derde omdat het niet toegestaan is om beeld- en geluidsopnames te maken tijdens de zitting. Ten vierde omdat aan verzoeker de naam van de zittingssecretaris niet vooraf bekend was gemaakt. Ten vijfde omdat de leden van de zittingskamer niet bereid waren zich terug te trekken. Ten zesde omdat verzoeker werd geïntimideerd door de beveiliging. Tot slot omdat de voorzitter een te laat ingediende repliek ten onrechte toegelaten heeft tot de procedure.

Verweer

De voorzitter berust niet in het wrakingsverzoek en verzoekt de wrakingskamer het verzoek ongegrond te verklaren. Op grond van artikel 4.12 van het Tuchtreglement kunnen leden van het College door partijen worden gewraakt indien voldoende aannemelijk is dat zich feiten en/of omstandigheden voordoen waardoor hun onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De voorzitter wijst erop dat wrakingsgronden 1,4,5 en 6 geen enkel verband houden met de onpartijdigheid van de voorzitter. Wrakingsgronden 3 en 7 zijn voor de voorzitter niet helemaal duidelijk waar verzoeker op doelt of dat er voorafgaand aan de zitting – per e-mail – niet een expliciet wrakingsverzoek is ingediend. Ten aanzien van wrakingsgrond 3 merkt de voorzitter op dat SKJ als privaatrechtelijke instantie zelf regels kan en mag stellen over de wijze waarop een zaak op een zitting wordt behandeld.

Oordeel

De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker geen concrete en specifieke redenen genoemd heeft die aannemelijk maken dat de voorzitter niet onpartijdig zou zijn. Het wrakingsverzoek kan niet worden toegewezen. Uit geen van de door verzoeker gestelde gronden, feiten en omstandigheden blijkt dat er iets mis zou zijn met de transparantie van de procedure of de onpartijdigheid van het gewraakte lid. Evenmin leiden het gedrag en de weigeringen van de beveiligers, zittingssecretaris, de leden van de zittingskamer of anderen tot enige twijfel over de onpartijdigheid van het gewraakte lid. Uit de stukken van de wrakingskamer blijkt dat de voorzitter de procesorde op zorgvuldige en heldere wijze heeft bewaakt. De voorzitter is daarbij neutraal en respectvol naar verzoeker en beklaagde geweest. De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking van de voorzitter als ongegrond af en beslist dat een volgend verzoek om wraking van hetzelfde lid van het College niet in behandeling wordt genomen, tenzij feiten en/of omstandigheden worden voorgedragen die pas na dit eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.