Zowel klager als beklaagde gaan in beroep tegen beslissing van het College van Toezicht, waarin is geconcludeerd dat beklaagde met haar woordkeus het vertrouwen in de jeugdzorg niet heeft bevorderd. Het College van Beroep verklaart in beroep alsnog alle klachten ongegrond.

Zaaknummer: 18.010B (17.123T)
Datum beslissing: 29 oktober 2018
Oordeel: beroep van klaagster ongegrond, beroep van beklaagde gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.123T.

Moeder (klaagster) van een minderjarige zoon klaagt over een maatschappelijk werkster (beklaagde). De klachten hebben betrekking op het feit dat beklaagde volgens klaagster op verschillende momenten onzorgvuldig is geweest in haar woordkeus, zowel in communicatie naar klaagster als in het verzoek tot onderzoek (VTO) aan de Raad voor de Kinderbescherming. Tevens zou beklaagde geen bronnen hebben genoemd in het VTO.

Beide partijen zijn in beroep gegaan voor wat betreft de klachtonderdelen waar zij door het College van Toezicht in het ongelijk zijn gesteld. Met betrekking tot de bronvermelding oordeelt het College van Beroep, dat deze manier van bronvermelding, waarbij de instanties worden genoemd maar geen namen, gerechtvaardigd kan worden, en stelt dat het een werkwijze kan zijn om in rapporten namen niet expliciet te noemen. Nu het voor het College van Beroep duidelijk is welke informatie van welke instantie komt en waar de informatie op gebaseerd is, heeft beklaagde naar het oordeel van het College van Beroep niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

Het College van Toezicht heeft geconcludeerd dat beklaagde, als gevolg van onzorgvuldig gekozen woorden, het vertrouwen in de jeugdzorg niet heeft bevorderd. Het College van Beroep volgt deze conclusie niet en vindt het te ver gaan om te stellen dat beklaagde met haar woordkeus het vertrouwen in de jeugdzorg niet heeft bevorderd. Het College van Beroep kan naar aanleiding van dit klachtonderdeel slechts aan beklaagde meegeven dat zij in het vervolg hier zorgvuldiger in zou kunnen zijn, zodat klaagster wellicht meer begrip op had kunnen brengen voor (de tekst in) het VTO. In de communicatie naar klaagster toe is beklaagde naar het oordeel van het College van Beroep juist duidelijk en gestructureerd geweest, in plaats van voorbarig en suggestief zoals door klaagster werd gesteld. Het College van Beroep ziet hierin een professional die duidelijke grenzen en regels wilde stellen en tegelijkertijd wilde aangeven wat de vervolgstappen zouden (kunnen) zijn.

Het College van Beroep is van oordeel dat beklaagde, met betrekking tot alle klachtonderdelen, heeft gehandeld binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. De klacht wordt alsnog in al haar onderdelen ongegrond verklaard waardoor het College van Beroep aanleiding ziet om de door het College van Toezicht opgelegde maatregel van waarschuwing, in te trekken.