Zowel klager als raadsonderzoeker in beroep tegen beslissing College van Toezicht. Klager is ondanks bedreigingen aan het adres van beklaagde ontvankelijk in zijn klacht. College van Beroep oordeelt echter, anders dan het College van Toezicht, dat de raadsonderzoeker niet de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt. De berisping wordt ingetrokken en er wordt geen andere maatregel opgelegd.

Zaaknummer: 18.001B (17.051T)
Datum beslissing: 25 juli 2018
Oordeel: incidenteel beroep (deels) gegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.051T

Zowel klager als beklaagde zijn in beroep gegaan tegen de beslissing van het College van Toezicht. Het College van Toezicht heeft – kort weergeven – geoordeeld dat er sprake is van een onvolledig en eenzijdig raadsrapport waarmee beklaagde de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt. Het College van Toezicht heeft de maatregel van berisping aan beklaagde opgelegd.

Beklaagde heeft allereerst verzocht klager niet-ontvankelijkheid te verklaren in zijn klacht wegens bedreigingen aan haar adres. Het College van Beroep stelt voorop dat het niet gelukkig is met de bedreigingen die door klager geuit zijn aan het adres van beklaagde en het gebrek aan zelfreflectie op dit gedrag door klager. Het College van Beroep is van oordeel dat dergelijk gedrag nooit kan bijdragen aan een constructieve samenwerking tussen een betrokkene en een jeugdprofessional. Nu de bedreigingen echter zijn begonnen nadat beklaagde haar werkzaamheden als raadsonderzoeker feitelijk reeds had afgerond, en haar handelen derhalve niet is beïnvloed door de bedreigingen, verklaart het College van Beroep klager ontvankelijk in zijn klacht c.q. beroepschrift.  Het College van Beroep is, net als het College van Toezicht, van oordeel dat er sprake is van een eenzijdig en onvolledig raadsrapport. Anders dan het College van Toezicht is het College van Beroep echter van oordeel dat er onvoldoende grond is om aan te nemen dat zij daarmee de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt. Beklaagde heeft getracht zowel klager als moeder de ruimte te geven hun verhaal te vertellen en daarbij zelf neutraal te blijven.

De gegrond verklaarde klachten zien op het onvolledig en eenzijdig zijn van het opgestelde raadsrapport. Het College van Beroep is concluderend van oordeel dat er sprake is van een eenmalige misslag van de zijde van beklaagde en dat beklaagde – waar nodig in overleg – zorgvuldig besluiten heeft genomen. Beklaagde heeft inzicht gegeven in haar handelen en daarop gereflecteerd. Het College van Beroep trekt de opgelegde maatregel van berisping in en ziet geen aanleiding een andere maatregel op te leggen.