Zowel vader als gezinsvoogd in beroep tegen beslissing van het College van Toezicht. Het beroep van de gezinsvoogd slaagt deels, desondanks handhaaft het College van Beroep de opgelegde maatregel van waarschuwing.

Zaaknummer: 18.006Ba (17.049Ta)
Datum beslissing: 24 januari 2019
Oordeel: incidenteel beroep deels gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Zie voor de beslissing van het College van Toezicht: zaaknummer 17.049Ta.

De vader heeft bij het College van Toezicht acht klachtonderdelen ingediend over het handelen van een gezinsvoogd die in het kader van een ondertoezichtstelling bij de ouders en de kinderen, twee minderjarige dochters, betrokken is geweest. Vier van de acht klachtonderdelen zijn deels gegrond en vier klachtonderdelen ongegrond verklaard door het College van Toezicht. Aan de gezinsvoogd is de maatregel van waarschuwing opgelegd.

In beroep falen alle grieven die de vader tegen de beslissing van het College van Toezicht heeft ingediend. Van de gezinsvoogd slaagt een ingediende grief. Het College van Beroep is van oordeel dat het College van Toezicht ten onrechte heeft geoordeeld dat de gezinsvoogd een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken heeft vastgesteld en daarmee voorbij is gegaan aan een wettelijke bepaling. De gezinsvoogd had een regeling vastgesteld voor de ouders nu deze er onderling niet uitkwamen en de betreffende vakanties bijna begonnen. Het College van Beroep vindt het passen bij de taak die de gezinsvoogd had, in het door de kinderrechter opgelegde kader, om in dergelijke gevallen ‘de knoop door te hakken’ indien blijkt dat ouders er onderling niet uitkomen. Het verdient wel de aanbeveling om dergelijke beslissingen in een schriftelijke aanwijzing vast te leggen, hetgeen de gezinsvoogd tijdens de mondelinge behandeling van het beroep reflecterend op zijn handelen heeft erkend. Het College van Beroep is echter van oordeel dat het hier gaat om handelen dat beter had gekund en dat er ten aanzien van dit klachtonderdeel aldus geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Het College van Beroep heeft oog voor de complexe casus met tegenstrijdige belangen waarin de gezinsvoogd heeft moeten handelen. Ondanks dat het College van Beroep een klachtonderdeel alsnog ongegrond heeft verklaard, ziet het geen aanleiding de door het College van Toezicht opgelegde maatregel in te trekken. Er is gebleken dat het handelen van de gezinsvoogd schadelijk is geweest voor het vertrouwen in de beroepsuitoefening door de gezinsvoogd. De gezinsvoogd heeft daarentegen wel gereflecteerd op zijn handelen en erkend dat zijn handelen ten aanzien van enkele klachtonderdelen achteraf bezien mogelijk beter had gekund. Het College van Beroep is echter van oordeel dat, gelet op het feit dat er drie klachtonderdelen (deels) gegrond zijn verklaard, de gezinsvoogd een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt en derhalve het handhaven van de door het College van Toezicht opgelegde maatregel van waarschuwing passend en geboden is.