Beklaagde heeft zorgvuldig gehandeld

Zaaknummer: 16.107T
Datum beslissing: 8 juni 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager is belast met het ouderlijk gezag over zijn dochter. De jeugdige logeert wekelijks bij klager. Bij beschikking van de rechtbank is de dochter in 2013 onder toezicht gesteld. De gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling uitvoert heeft eind 2016 een schriftelijke aanwijzing aan klager gegeven. Klager dient de hulpverlening te accepteren, beklaagde toe te laten in de woning, naar gesprekken te komen en mee te werken aan de gestelde doelen die zijn gericht op het creƫren van veiligheid voor de jeugdige. Vanaf oktober 2015 geldt voor moeder, de ex-partner van klager, een veiligheidsplan.

Klacht

Kort samengevat verwijt klager beklaagde dat zij niet luistert naar de zorgen die klager heeft over de thuissituatie van zijn dochter bij moeder. Van november 2015 tot heden zijn verschillende meldingen geweest van school en Veilig Thuis over geweldsdelicten die moeder heeft gepleegd. Daarnaast heeft de dochter al geruime tijd luizen. Ook is er een incident geweest waarbij de dochter glassplinters in haar arm heeft gekregen.

Beslissing

Beklaagde heeft in eerste aanleg betoogd, dat klager niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klacht nu de feiten en gronden waar de klacht op berust en het tijdvak waarin de bedoelde feiten hebben plaats gevonden niet zijn aangeduid. Het College is van oordeel dat klager ontvankelijk is in zijn klacht nu het formulier voor het indienen van een tuchtklacht over een jeugdprofessional is ingevuld en uit de door klager meegestuurd bijlagen en aanvullingen is gebleken wat de feiten en gronden zijn waar de klacht op berust.

Voorts is voor het College uit de contactjournaals voldoende gebleken dat beklaagde met klager in gesprek heeft willen gaan en meerdere malen contact met klager heeft opgenomen. Klager heeft gesprekken echter telkens afgehouden. Nu klager zelf besloten heeft de gesprekken niet bij te wonen, kan dit niet tot de conclusie leiden dat beklaagde niet naar hem heeft geluisterd. Beklaagde heeft het College desgevraagd inzicht gegeven in haar overwegingen om niet over te gaan tot een verzoek uithuisplaatsing van de dochter. Het College is van oordeel dat beklaagde een heldere en te volgen afweging heeft gemaakt waarbij het belang van de dochter voorop is gesteld. Tot slot is het College gebleken dat klager beklaagde op de hoogte heeft gesteld van de luizen van de dochter. Nu beklaagde contact heeft opgenomen met de huisarts en laatstgenoemde heeft verklaard dat moeder hem heeft bezocht en zij er alles aan doet om de luizen te bestrijden, kan beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.