Klacht tegen behandelcoördinator over informatie die beklaagde, zonder nader onderzoek te doen, heeft verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming ten behoeve van een raadsonderzoek. Artikel D (Bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) en artikel E (Respect) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker geschonden.

Zaaknummer: 17.015T
Datum beslissing: 24 augustus 2017
Oordeel: klachtonderdeel III ongegrond, klachtenonderdelen I en II gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Klaagster heeft tegen de behandelcoördinator van haar zoon drie klachtonderdelen ingediend. De klachtonderdelen zien toe op informatie die beklaagde, zonder nader onderzoek te doen, heeft verstrekt aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) ten behoeve van een raadsonderzoek. Beklaagde heeft ten tijde van het raadsonderzoek de behandeling van de zoon van een collega overgenomen. Beklaagde heeft aangevoerd de gedane uitspraken niet door haar persoonlijk zijn gedaan, maar uit de aantekeningen van een collega zijn overgenomen. Klachtonderdeel I, inhoudende dat beklaagde het vermoeden heeft dat klaagster zich prostitueert, is gegrond verklaard. Naar het oordeel van het College mag van een jeugdprofessional worden verwacht dat zij op het moment dat zij belastende informatie verstrekt aan de Raad, extra zorgvuldigheid betracht en de bron vermeldt. Eveneens behoort het tot de taak van beklaagde om het vermoeden van haar voorgangster te onderbouwen met feiten en omstandigheden en met klaagster hierover in gesprek te gaan. Klachtonderdeel II, inhoudende dat moeder getraumatiseerd is door de moord op haar zus, is gegrond verklaard, omdat het College van oordeel is dat beklaagde zonder nader onderzoek in redelijkheid niet tot voornoemde conclusie heeft kunnen komen. Beklaagde heeft in strijd gehandeld met artikel D (bevorderen van het vertrouwen in de jeugdzorg) en artikel E (respect) van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Nu beklaagde heeft gereflecteerd op haar handelen, met klaagster een bemiddelingsgesprek heeft gevoerd en ten aanzien van het tweede klachtonderdeel haar excuses aan klaagster heeft aangeboden, is het passend en geboden aan beklaagde een maatregel van waarschuwing op te leggen.