Klacht tegen jeugdbeschermer over het niet aan waarheidsvinding doen, het niet neutraal zijn in haar rapportages en sinds haar betrokkenheid zich onvoldoende op de hoogte te hebben gesteld van het dossier.

Zaaknummer: 16.152Ta
Datum beslissing: 7 december 2017
Oordeel: klachtonderdelen I en II ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager heeft tegen de jeugdbeschermer, die betrokken is geweest in het drangkader, twee klachtonderdelen ingediend. Gelijktijdig heeft klager tegen een collega van beklaagde een klacht ingediend. Klager stelt in het eerste deel van de klacht dat beklaagde onvoldoende aan waarheidsvinding heeft gedaan en zij niet neutraal is geweest in haar rapportages. In klachtonderdeel II stelt klager dat beklaagde onvoldoende op de hoogte was van het dossier. Beklaagde betwist beide klachtonderdelen. Het College heeft beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zorgvuldig heeft gehandeld bij het opstellen van de rapportages en het opsturen van de rapportages naar de Raad. Het College is van oordeel dat de klacht over partijdigheid bij de aanvullingen en weglatingen in het dossier,  onvoldoende is onderbouwd. Over het tweede klachtonderdeel oordeelt het College dat beklaagde de stellige indruk heeft gewekt zorgvuldig te werk te zijn gegaan en zich juist kwetsbaar heeft opgesteld richting klager. Uit de stappen zoals beklaagde heeft geschetst is niet gebleken dat beklaagde onvoldoende op de hoogte is geweest van het dossier en is gebleken dat zij klager de ruimte heeft willen geven om zijn kant van het verhaal te doen.