Klacht minderjarige over uitvoering ondertoezichtstelling, in het bijzonder over de omgang en het niet luisteren door de gezinsvoogd

Zaaknummer: 16.121T
Datum beslissing: 14 juli 2017
Oordeel: alle klachtonderdelen zijn ongegerond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

De minderjarige klaagster is onder toezicht gesteld en heeft al ruim een jaar geen contact met de vader. De rechter heeft een omgangsregeling vastgesteld tussen klaagster en de vader. Klaagster verzet zich tegen omgang met de vader.

Klacht

Klager verwijt beklaagde het volgende:

  • Dat beklaagde klaagster dwingt om omgang te hebben met haar vader, terwijl zij dit niet wil;
  • Dat beklaagde niet naar klaagster luistert.

Beslissing

Het CvT verklaart alle klachtonderdelen ongegrond. Voor wat betreft het klachtonderdeel dat klaagster gedwongen wordt om tegen haar wil omgang te hebben met haar vader wijst het College erop dat er geen omgang tot stand is gekomen. Van een gedwongen omgang kan dan ook geen sprake zijn. Daarnaast wijst het College erop dat de rechter klaagster onder andere onder toezicht heeft gesteld omdat zij haar vader al geruime tijd niet ziet. Dit en de negatieve beïnvloeding van klaagster met betrekking tot de omgang met vader vormen een bedreiging voor de ontwikkeling van klaagster. De rechter heeft vastgesteld dat de gezinsvoogd de regie heeft over het tempo en de wijze van de opbouw naar de vastgestelde regeling. Als gezinsvoogd is beklaagde binnen de grenzen van haar beroepsmatig handelen gebleven. Het klachtonderdeel waarin klaagster erover klaagt dat beklaagde niet naar haar luistert, is evenmin gegrond. Beklaagde heeft onweersproken verklaard dat klaagster aan haar heeft laten weten dat zij geen contact met haar wilde en niet naar haar vader wilde. Beklaagde heeft uitgelegd dat zij eerst moeder wilde spreken om de achtergrond van de weerstand van klaagster te onderzoeken. Het is vervolgens niet tot contact tussen beklaagde en klaagster gekomen en evenmin tot contact tussen klaagster en de vader. Het is volgens het College niet aannemelijk geworden dat beklaagde niet naar klaagster heeft geluisterd.