Klacht tegen gedragsdeskundige dat in het raadsrapport zonder overleg oude, niet op waarheid getoetste informatie is gebruikt, dat uitbreiding van het beschermingsonderzoek naar het derde kind van klaagster onrechtmatig is en dat zonder overleg, dan wel toestemming, informatie over het derde kind is verstrekt aan de GI. Artikel 30 lid 1 (‘Verantwoordelijkheid nemen bij samenwerking en bij de inzet van anderen’) jo artikel 37 (‘Zorgvuldig rapporteren’), artikel 30 lid 1 jo artikel 24 (‘Respect voor de waardigheid en persoonlijke levenssfeer van de cliënt’) en artikel 10 lid 3 (‘Zorgvuldigheid jegens een ieder’) van de Beroepscode van de NVO zijn geschonden.

Zaaknummer: 17.107Tb
Datum beslissing: 23 mei 2018
Oordeel: klachtonderdelen I en III ongegrond, klachtonderdeel II gegrond en klachtonderdeel IV deels gegrond
Maatregel: waarschuwing

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. De procedure bij het College van Beroep loopt nog.

Klaagster verwijt beklaagde dat zij zonder overleg oude, niet op waarheid getoetste, informatie bij het onderzoek heeft betrokken. Het College ziet juist een zeer compleet en uitgebreid rapport waarin door beklaagde naar een balans is gezocht tussen het verleden en het heden. Het College wijst op hoofdstuk 4 van Het Kwaliteitskader van de RvdK, waar staat dat raadsrapporten een beperkte geldigheidsduur hebben, maar dat de feiten uit deze rapporten wel gebruikt mogen worden bij volgende raadsrapporten.

Klaagster is van mening dat het onderzoek naar de opvoeding van het derde kind van klaagster (dat kind woont bij klaagster, in tegenstelling tot haar andere twee kinderen, die in een pleeggezin wonen) een onrechtmatige overheidsinmenging is in haar gezinsleven. Door een willekeurige uitbreiding van het onderzoek heeft beklaagde in strijd gehandeld met de professionele standaard. De RvdK stelt een onderzoek in naar de opvoedsituatie van het derde kind terwijl er volgens beklaagde geen enkele concrete zorg is. Het College overweegt dat volgens het Kwaliteitskader (pagina 5) de RvdK ambtshalve een onderzoek in kan stellen als tijdens contacten in het kader van een ander onderzoek of een andere taak van de RvdK, blijkt dat de situatie van het kind ernstig bedreigend is voor zijn of haar ontwikkeling. Naar het oordeel van het College komt noch uit de stukken, noch uit de verklaringen hierover naar voren dat er sprake was van een concrete ‘ernstige bedreiging voor de ontwikkeling’ van het derde kind. Het verweer van beklaagde dat er in genoemd multidisciplinair overleg hiertoe besloten is, omdat de andere twee kinderen beschadigd zijn en er geen zicht was op het derde kind, is naar het oordeel van het College onvoldoende grond. Het klachtonderdeel is gegrond.

Klaagster verwijt beklaagde tot slot dat zij informatie over het derde kind zonder overleg en instemming van klaagster met de GI heeft gedeeld. Dit deel van de klacht slaagt naar het oordeel van het College niet. De RvdK geeft uitvoering aan een publiekrechtelijke taak en het delen van informatie met ketenpartners kan noodzakelijk zijn. Onder andere in de Jeugdwet komt dit tot uitdrukking in artikel 7.3.11 lid 4. Ten aanzien van het delen van informatie zonder overleg oordeelt het College dat beklaagde klaagster vooraf zorgvuldig had moeten informeren dat zij informatie gaat delen, waarom en op welke manier zij dat gaat doen. Het klachtonderdeel is deels gegrond.