Klacht tegen jeugd- en gezinscoach die is betrokken in het vrijwillig kader. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde in lijn met artikel Q van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker gehandeld.

Zaaknummer: 18.021T
Datum beslissing: 28 mei 2018
Oordeel: alle klachtonderdelen ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Let op: in deze zaak is beroep ingesteld. Zie voor de beslissing van het College van Beroep: zaaknummer 18.016B.

Klaagster heeft tegen de jeugd- en gezinscoach die betrokken is geweest in het vrijwillig kader vier klachtonderdelen ingediend. Klaagster stelt dat beklaagde zowel heeft nagelaten passende zorg te bieden als een samenwerkingsrelatie op te bouwen. Daarnaast heeft klaagster niet de gelegenheid gekregen om vooraf de melding bij het jeugdbeschermingsplein in te zien en haar kant van het verhaal toe te lichten. De laatste klacht is dat de opgevraagde contactjournaals onvolledig zijn gebleken. Het College oordeelt dat alle klachtonderdelen ongegrond zijn. Deze samenvatting gaat kort in op klachtonderdeel één, aangaande het nalaten van het bieden van passende zorg. Het College oordeelt dat beklaagde in lijn met artikel Q van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker heeft gehandeld. Alvorens te starten met de aan haar toebedeelde opdracht heeft beklaagde overleg gehad met de verschillende betrokken instanties, omdat het in eerste instantie een onuitvoerbare opdracht leek. Beklaagde heeft volgens het College zorgvuldig gehandeld door hierover eerst een afweging te maken alvorens te starten met de hulpverlening in het vrijwillig kader. Met betrekking tot de overige klachtonderdelen heeft het College geoordeeld dat het door klaagster gestelde gemotiveerd is weerlegd in haar verweer en tijdens de mondelinge behandeling.