Moeder en haar nieuwe partner klagen over het handelen van een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming tijdens een zitting van de rechtbank

Zaaknummer: 15.079T
Datum beslissing: 14 juni 2016
Oordeel: ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Moeder en haar nieuwe partner klagen over het handelen van een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming tijdens een zitting van de rechtbank. Ze klagen dat de raadsvertegenwoordiger niet op de hoogte van de actuele stand van zaken, ter zitting onjuiste uitlatingen heeft gedaan en geen advies had mogen geven, en zich niet had mogen baseren op een oud NIFP rapport.

Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel overweegt het College dat het de taak is van de raadsonderzoeker om het dossier op orde te hebben en contact te onderhouden met de betrokkenen. De raadsvertegenwoordiger mocht redelijkerwijze van het dossier uitgaan, en is niet tekort geschoten in haar individuele handelen. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel overweegt het College dat de raadsvertegenwoordiger van rechtswege de bevoegdheid heeft om de Raad te vertegenwoordigen, en in redelijkheid heeft gehandeld door te voldoen aan het verzoek van de rechter om als deskundige aanwezig te zijn. Het is niet gebleken dat er adviezen zijn gegeven of uitlatingen gedaan over onderwerpen waarover de raadsvertegenwoordiger geen kennis van had. Ten aanzien van het derde klachtonderdeel is gebleken dat het NIFP rapport niet is genoemd tijdens de zitting, en dat er mag worden uitgegaan van delen van het oude rapport indien deze tot op heden een rol spelen.