Vader verwijt gezinsvoogdijwerker dat zij afspraken niet nakomt, vader niet informeert en klachten van vader zelf afhandelt. Klacht is deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

Zaaknummer: 16.059T
Datum beslissing: 7 april 2017
Oordeel: deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond
Maatregel: geen

Download de volledige beslissing in pdf

Klager is de vader van [jeugdige]. [Jeugdige] woont bij moeder. Tot het gezin van moeder en [jeugdige] behoren ook [jeugdige’s] twee halfzussen en halfbroer, over wie klager geen gezag heeft. [Jeugdige] heeft in de periode van 7 november 2014 tot 18 mei 2016 onder toezicht gestaan van een gecertificeerde instelling. Sinds 22 oktober 2015 is beklaagde betrokken als gezinsvoogdijwerker bij de halfzussen en -broers van [jeugdige] Vanaf 19 april 2016 tot en met 18 mei 2016 is beklaagde ook de gezinsvoogdijwerker van [jeugdige]. Klager heeft op 11 mei 2016 zijn klaagschrift ingediend.

Klacht

Ten eerste verwijt klager beklaagde dat zij zich niet heeft gehouden aan de gemaakte afspraken en niet reageert op afspraken of bezwaren. Ten tweede verwijt klager beklaagde dat zij klachten van klager zelf afhandelt in plaats van de klachten- of bezwarencommissie in te schakelen. Ten derde klaagt klager dat beklaagde gemaakte afspraken met klager omtrent de aanpassing van het Plan van Aanpak niet is nagekomen. Klager had namelijk naar aanleiding van de gemaakte afspraken het door hem ingediende verzoekschrift ingetrokken. Nu beklaagde uiteindelijk de gemaakte afspraken niet is nagekomen heeft beklaagde klager het recht ontnomen om een juridisch oordeel door de rechtbank te laten vellen over het handelen van klager. Ten vierde verwijt klager beklaagde dat zij niet werkt volgens de Jeugdwet. Ten vijfde klaagt klager dat beklaagde gesprekken met derden is aangegaan zonder klager van te voren te informeren en zonder de vereiste toestemming van klager. Ten zesde verwijt klager beklaagde dat zij structureel heeft verzuimd klager te infomeren over de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Tot slot verwijt klager beklaagde dat zij heeft nagelaten een Plan van Aanpak op te stellen.

Beslissing

Het College van Toezicht (CvT) heeft klachtonderdelen één tot en met zes tezamen genomen. Het CvT verklaart de klachtonderdelen die betrekking hebben op handelen van beklaagde jegens de halfzusjes en de halfbroer van [jeugdige] niet ontvankelijk, omdat klager niet in een familierechtelijke betrekking tot deze jeugdigen staat en klager evenmin heeft gesteld en ook niet is gebleken dat hij bij voornoemd handelen als belanghebbende door het CvT dient te worden aangemerkt. Klachtonderdeel zeven verklaart het CvT ontvankelijk voor zover dit verwijt ziet op het handelen van beklaagde in de periode van 19 april tot 18 mei 2016 met betrekking tot [jeugdige]. Het College stelt vast dat klager klachtonderdeel zeven niet nader heeft onderbouwd. Het CvT stelt vast dat er tussen de aanstelling van beklaagde en de indiening van het klaagschrift tweeëntwintig dagen zitten. Het College oordeelt dat het te ver voert om beklaagde tweeëntwintig dagen na haar aanstelling te verwijten dat er geen Plan van Aanpak tot stand is gekomen en verklaart klachtonderdeel zeven derhalve ongegrond.