Opgelegde tuchtmaatregelen

De Colleges van Toezicht en Beroep kunnen disciplinaire maatregelen opleggen aan beroepsbeoefenaars die zijn geregistreerd in het Kwaliteitsregister Jeugd. Dit indien zij zich hebben gedragen in strijd met vastgestelde regels voor de beroepsuitoefening (beroepscode). Er wordt hierbij niet gesproken van een straf, maar van een maatregel.

Klacht gegrond
Voor de oplegging van een maatregel aan een beroepsbeoefenaar moet de klacht gegrond zijn. De Colleges van Toezicht en Beroep moeten dus eerst vaststellen dat de betreffende beroepscode is overtreden. In dat geval is de klacht gegrond. De colleges kunnen een klacht ook gegrond verklaren zonder een maatregel op te leggen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de beroepscode is overtreden maar dit de beroepsbeoefenaar niet is te verwijten.

Tuchtmaatregelen
Het College van Toezicht of het College van Beroep kan aan de geregistreerde jeugdprofessional één van de volgende tuchtmaatregelen opleggen, oplopend in zwaarte:

  1. Waarschuwing: een waarschuwing brengt de onjuistheid van een handelwijze op een zakelijke manier naar voren zonder de handelwijze af te keuren. Een waarschuwing is corrigerend en voorlichtend van aard.
  2. Berisping: een berisping heeft een verwijtende en veroordelende strekking.
  3. Voorwaardelijke schorsing van de registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd met een proeftijd van ten hoogste twee jaar. De schorsing gaat alleen in als de beroepsbeoefenaar tijdens een proeftijd van maximaal twee jaar niet aan bepaalde voorwaarden voldoet.
  4. Schorsing van de inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd gedurende ten hoogste een jaar, al dan niet gecombineerd met een van de maatregelen onder 1 en 2 genoemd: dit betekent dat de aan de registratie verbonden rechten niet kunnen worden uitgeoefend. De beroepsbeoefenaar kan dus gedurende een bepaalde periode zijn beroep niet uitoefenen. De verplichtingen blijven wel in stand.
  5. Doorhaling van de inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd en/of ontzegging van her recht wederom in het register te worden ingeschreven. De beroepsbeoefenaar heeft zozeer in strijd met de beroepsethische norm gehandeld dat deze niet meer in het Kwaliteitsregister thuishoort.

De maatregelen 2 tot en met 4 worden openbaar gemaakt in het openbaar register.

Lees meer:

Overzicht van professionals aan wie een maatregel is opgelegd

Berisping

Het College van Toezicht van SKJ heeft op 1 juli 2016 een maatregel van berisping opgelegd aan een geregistreerde jeugdzorgwerker. Deze professional was op meerdere punten aangeklaagd. Beklaagde heeft klager onvoldoende zorgvuldig en niet tijdig geïnformeerd over de aard van de gesprekken die beklaagde met de dochter van klager en derden heeft gevoerd. Bovendien heeft beklaagde deze gesprekken niet op de daarvoor omschreven wijze gevoerd.

Het college overweegt dat onvoldoende blijkt dat beklaagde heeft gereflecteerd op de normen in de artikelen F, G en K van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker en dat zij derhalve verwijtbaar is tekortgeschoten als professional jegens klager.

Het college legt aan beklaagde een berisping op.

Voorwaardelijke schorsing

Het College van Toezicht van SKJ heeft op 12 november 2015 een voorwaardelijke schorsing opgelegd aan een geregistreerde jeugdzorgwerker. Deze professional was op meerdere punten aangeklaagd. Ook nadat er eerder een uitspraak was gedaan door het College van Toezicht van de NVMW (nu BPSW) heeft zij geen contact opgenomen met de klaagster. Zo heeft de beklaagde de klaagster niet met respect en neutraal bejegend. Ten slotte heeft ze een zorgmelding niet besproken met beide ouders.

Het college is van mening dat de wijze van communiceren niet getuigt van reflectief handelen van beklaagde in relatie tot de klaagster, zoals in artikel S van de beroepscode voor de Jeugdzorgwerker wordt beschreven. Beklaagde heeft bovendien niet aangetoond dat zij er alles aan gedaan heeft om klaagster te informeren. Dit is in strijd met artikel F uit de beroepscode. Het college beoordeelt de ernst van deze feiten en het handelen van de beklaagde zodanig verwijtbaar dat de voorwaardelijke schorsing gerechtvaardigd is. Voorwaarde is dat de beklaagde binnen een termijn van 6 maanden een supervisietraject gaat volgen.

Het College van Toezicht heeft het LVSC gecertificeerde bewijs van deelname aan een supervisietraject binnen de gestelde termijn van 6 maanden ontvangen. Naar het oordeel van het College is voldoende vast komen te staan dat beklaagde voldaan heeft aan de voorwaarden binnen de proeftijd van 6 maanden. Het bestuur van SKJ heeft tijdens de bestuursvergadering van 4 juli 2016 besloten dat de voorwaardelijke schorsing niet wordt uitgevoerd.

Duur zichtbaarheid maatregel